Italiano!

Eerst leren, dan oefenen

Hier staat alles wat je in de oefen-app tegenkomt: woorden (per thema), de getallen 1 t/m 40, alle werkwoord­vervoegingen, én de extra grammatica (bezittelijke voornaamwoorden, aanwijzende woorden, voorzetsels, vraagwoorden, voegwoorden en bijwoorden). Lees eerst rustig, dek dan de Nederlandse kant af en overhoor jezelf. 💪

💬 Woordenschat

Het lidwoord (il / la / lo / l') hoort erbij — zo leer je meteen of een woord mannelijk of vrouwelijk is.

🔢 De getallen 1 – 40

Van uno tot quaranta.

💡 Slim trucje: vanaf 20 plak je gewoon de delen aan elkaar — venti + due = ventidue. Bij uno en otto valt de laatste klinker weg: ventuno, ventotto, trentuno, trentotto.

Werkwoorden — tegenwoordige tijd

De zes personen: io (ik), tu (jij), lui/lei (hij/zij), noi (wij), voi (jullie), loro (zij). De gekleurde letters zijn de uitgang.

🔑 Bezittelijke voornaamwoorden

Er staat meestal een lidwoord vóór (il mio…). Het buigt mee met het woord erna: mannelijk/vrouwelijk en enkelvoud/meervoud.

💡 Uitzondering: bij familieleden in het enkelvoud laat je het lidwoord weg → mio padre, mia madre, tuo fratello. Meervoud weer mét: i miei fratelli.