Eerst leren, dan oefenen
Het lidwoord (il / la / lo / l') hoort erbij — zo leer je meteen of een woord mannelijk of vrouwelijk is.
Van uno tot quaranta.
De zes personen: io (ik), tu (jij), lui/lei (hij/zij), noi (wij), voi (jullie), loro (zij). De gekleurde letters zijn de uitgang.
Er staat meestal een lidwoord vóór (il mio…). Het buigt mee met het woord erna: mannelijk/vrouwelijk en enkelvoud/meervoud.
Een mix van alles: woorden, getallen, werkwoorden én de nieuwe grammatica. Precies genoeg voor 10 minuten.
Vertaal woorden tussen Nederlands en Italiaans. Met lidwoord, dus je leert meteen het geslacht.
Van uno tot quaranta. Herken en typ de Italiaanse getallen.
Vervoeg in de tegenwoordige tijd: onregelmatige + regelmatige op -are, -ere en -ire.
Oefen de juiste vorm: il mio, la mia, i miei… in alle personen.
Aanwijzende woorden, voorzetsels, vraagwoorden, voegwoorden en bijwoorden van tijd.